Pamela en Petra openen deuren
Hoe een open hart de systeemwereld kan verbeteren
Geschreven door Ellis Marsman
Foto’s door Claudia Otten
Wat gebeurt er als een mega diverse groep inwoners elke week samen kookt? En hoe is het om je daar als ambtenaar bij te voegen? Tijdens haar stages bij Bewust Buurten maakt Pamela Veenhof met open hart en zonder agenda contact met mensen in de wijk. Samen met Petra van der Meij, coördinator bij BuurtMaaltijden, deelt ze de inzichten van haar stages: ‘Inwoners zeiden: wat goed dat jullie dit vanuit de gemeente doen!’




In Buurtcentrum De Boog aan de Gambiadreef is het rustig maar gezellig als we elkaar ontmoeten. Pamela zat er al even te werken. Dat doet ze vaker, sinds haar tijd met Petra en de vrijwilligers bij BuurtMaaltijden. Zelf is ze Decentraal Coördinator Veilig Publieke Dienstverlening bij de gemeente: ‘Ik hou me bezig met veilig en gezond werken. Ik zorg dat het agressiebeleid bekend is bij iedereen, regel trainingen en ben sparringspartner voor collega’s die contact hebben met inwoners. Zodat ze weten hoe ze contact aan kunnen gaan, maar ook weten: hoe reageer ik op agressief gedrag? En wat kan ik doen als het mij overkomt?’
Door een eerdere functie van Pamela in de uitvoering bij schuldhulpverlening had ze al ervaring met inwonercontact. Juist vanuit die ervaringen in de wijk had ze behoefte aan het ontwikkelprogramma van Bewust Buurten: ‘Ik kwam bijvoorbeeld bij het Welkomhuis en de Werkwinkel, maar had dan niet per se contact met de buurt: ik had contact met een inwoner, gericht op een vraag rondom geld. Bovendien was mijn inwonercontact één-op-één, nooit met groepen. Dus hoe gedraag ik mij in de dynamiek van een groep of wijk? Of als ik niet een dienst kom brengen? Wie ben ik dan? Daar was ik nieuwsgierig naar.’

Meer vanuit het hart
‘Met Bewust Buurten de wijk in gaan voelde anders dan mijn eerdere ervaringen’, vertelt Pamela. ‘In schuldhulpverlening is de dienst die je levert een luisterend oor om iemand te helpen met een vraag over zijn of haar financiële situatie. Mijn eerste stage bij Buurtmaaltijden was anders, omdat er geen dienst centraal staat. Je eenvoudige aanwezigheid en interesse in een ander is leidend voor verbinding en contact ontstaat enkel vanuit wederzijds vertrouwen en vanuit je hart.’
Dat hart kwam direct ter sprake tijdens de eerste workshop van het programma: Verbinden vanuit Professionele Nabijheid. ‘Die workshop met Nadja (programmabegeleider) en andere Bewust Buurten-deelnemers benadrukte voor mij dat we vaak niet zien hoe grote rol eenzaamheid speelt bij andere problemen. In mijn stages zag ik wat er gebeurt als we verdwalen in beleid en kaders, en dat je vaak veel meer bereikt als je die loslaat. Kom éérst in verbinding, vanuit je hart. Ik weet dat het tijd kost die je niet altijd hebt — maar het is zo belangrijk: dan pas kom je er echt achter hoe het met iemand gaat en waar die het meest mee geholpen is.’
We hebben inmiddels vijf stagiairs van Bewust Buurten gehad bij BuurtMaaltijden en bij allen valt me op dat ze eerst denken: “ik ben een indringer, ik hoor of mag hier niet zijn”.
Gelijkwaardig in gesprek
Petra verwelkomde Pamela tijdens haar eerste stage bij BuurtMaaltijden: ‘Het is mijn rol om nieuwe vrijwilligers op te nemen in de groep, dus ook Pamela! Als sociaal coördinator begeleid ik vrijwilligers tijdens de kookdagen: wie is de chef, wat gaan we doen, zijn alle boodschappen er, wie heeft welke rol en waar willen de vrijwilligers eigenlijk graag aan werken tijdens hun tijd met ons? Misschien wil iemand vanuit vrijwilligerswerk bijvoorbeeld doorstromen naar betaald werk.’
‘Met 60 vrijwilligers hebben we een hele diverse groep: mensen met een lichte verstandelijke beperking, mensen die een tijd in detentie achter de rug hebben en reïntegreren, mensen die met burn-outklachten weer langzaam werkdruk willen ervaren, mensen die een asielaanvraag afwachten, mensen die de taal willen leren, hier nieuw zijn komen wonen of studeren en mensen die met pensioen zijn en bij willen dragen!’
Pamela: ‘En het bijzondere is: je weet niet waarom iemand hier is. Wat de reden of motivatie is. Je kent iemands naam, gaat samen aan het werk en ontdekt vanzelf meer over elkaar in gesprek. Dat werkt enorm goed: je kunt zijn wie je bent.’

Ben ik een indringer? Of mag ik hier zijn?
Petra benadrukt dat het soms een paar dagen duurt voordat mensen zichzelf durven zijn in de werkcultuur van ‘niet oordelen’ en ‘mogen delen wat je wilt’: ‘We hebben inmiddels vijf stagiairs van Bewust Buurten gehad en bij allen valt me op dat ze eerst denken: “ik ben een indringer, ik hoor of mag hier niet zijn”. Toen ik zelf startte voelde ik me ook zo. Ik kom uit een witte wijk, ben goed opgeleid, dus hoe ga ik als coördinator aan deze mensen ‘vertellen’ wat ze moeten doen? Maar je wordt snel opgenomen in een warm bad. Na twee dagen zie je al dat de ambtenaren van Bewust Buurten zich ontspannen en zichzelf durven zijn.’
Pamela: ‘Ik weet nog goed dat ik me de eerste dag terughoudend opstelde. Hoe kom ik in de groep? Wat vinden ze van mij? Dat soort gedachten. Ik zei: “Ik werk bij de gemeente en ik doe mee aan een programma om meer te leren over wat er in de wijk gebeurt.” Ze ontvingen me direct heel open en welkom: “wat goed dat jullie dit vanuit de gemeente doen!” Die eerste workshop over contact maken vanuit je hart, gaf me vertrouwen: gewoon laten gebeuren. En dat lukte heel goed!’




Samen de klus klaren
Stagedagen zien er heel anders uit dan werkdagen op het stadskantoor. ‘Half vier ‘s middags starten, check-in, kopje koffie met wat lekkers, boodschappen doen, planning maken, bepalen wie gastvrouw of -heer is, wie de chef, wie snijdt’, somt Pamela op. ‘Tijdens het werken ontstaan gesprekken en leer je elkaar heel goed kennen. Iedereen voelt gelijkwaardig en komt makkelijk in je hart terecht. Collega-vrijwilliger Paul zit bijvoorbeeld in een rolstoel en doordat je met elkaar aan het werk bent, zie je vanzelf wat hij allemaal kan. Je bouwt ontzettend veel respect op voor elkaar.’
Petra: ‘Soms komen er gesprekken op gang, en ontdek je dat iemand in diens administratie ergens tegenaan loopt. Soms kun je iemand dan verder helpen, omdat jij wél weet waar die persoon naartoe kan. Vaak helpt het dan om samen een eerste stap te zetten, om de drempel te verlagen.’ Lachend: ‘En er is hier altijd heel veel lekkers te eten. Want ook al hebben mensen weinig te geven, ze geven gráág. Heerlijke taart, lekkere koekjes: levensgevaarlijk… maar eten verbindt!’
Pamela: ‘Naast die gezelligheid, moeten we natuurlijk ook gewoon om zes uur het eten klaar hebben. Die klus klaren we samen en we moedigen elkaar onderling aan: kom op, even door! Daarin voel je de kracht en dynamiek van zo’n groep.’

Ongelijkheid en schuldgevoel
Om als ambtenaar en Bewust Buurter haar ervaring en gevoelens kwijt te kunnen, deelde Pamela haar ervaringen soms even één op één met Petra. Petra: ‘Dan kon ze bij mij even reflecteren als ambtenaar en daarna weer gewoon als ‘Pamela’ de groep in. Slim, want zo bleef ze ‘gelijk’.’ Tegen Pamela: ‘Want jij voelde je wel schuldig af en toe, hè? Ik zag dat bij jou wel veel. Een machteloosheid van: wow, met dit probleem dat ik nu hoor, kan ik níks.’
Pamela: ‘Klopt, ik wou gewoon echt heel graag bijdragen. En soms kan dat al op zo’n kleine manier. Denk aan de aardappelschilmesjes die er niet waren. Ik neem die met alle liefde even mee voor een paar euro bij de Hema, juist omdat ik weet dat die euro’s voor een ander zo kostbaar zijn.’
Petra: ‘Soms zei ik dan tegen Pamela: “dit hoeft niet. Ik snap dat je iets wil doen, maar het gaat hier niet over wat we wel of niet hebben. Het gaat erom dat we het samen doen. Niet iedereen kan een oplossing via geld inbrengen, dus we willen ook voorkomen dat de groep z’n gelijkwaardigheid verliest. Maar het is mooi hoe ze haar weg daarin heeft gevonden.’
Pamela: ‘Het blijft heel confronterend om te merken dat ik iets kan, wat een ander niet kan. Ik besprak dat gevoel met Nadja en mijn collega-deelnemers tijdens de reflectiedagen, die geven ons de ruimte om extra bewust te worden van werkplezier, ongemak of nieuwe perspectieven. Ik deelde mijn vraag met hen, is het gepast om iets extra’s mee te nemen of in te brengen? Onze gezamenlijke conclusie was: zolang het uit een goed hart komt, in de (keuken)context past en ik niet altijd degene ben die een oplossing ‘koopt’ — dan kan het. Dan blijft het in balans.’
Het is ook aanstekelijk. Als ik in de wijk ga werken vragen collega’s: mag ik een keer mee?
‘Mag ik een keer mee?’
Pamela merkt dat ze sinds haar stage bij BuurtMaaltijden veel vaker het gesprek aangaat met mensen die ze niet kent: ‘Natuurlijk kan ik in mijn kantoortje blijven zitten. Maar ik kan ook mijn focus verleggen van mijn mails en to do’s op de laptop, naar wat hier in de wijk speelt. Nú. Zoals net, toen ik hier binnenkwam en een meneer aan mij vroeg: “zometeen even kletsen?” Ik wil zometeen zeker even naar hem toe. Dus ik werk graag in dit buurthuis en loop af en toe de huiskamer in voor een praatje. Datzelfde doe ik als ik m’n laptop meeneem naar het Welkomhuis of de Werkwinkel.’
‘Het is ook aanstekelijk’, vertelt Pamela. ‘Ik ben heel open in het delen van mijn ervaringen met collega’s, dus ik denk zeker dat zij aan mij kunnen zien hoe betekenisvol en belangrijk dit contact voor me is. Dan zeggen ze: “oh, wat een goed idee om daar of daar te gaan werken, mag ik een keer mee?” Vaak zijn het collega’s die zelf ook weinig contact hebben met inwoners.’

Macht en complexiteit van het systeem waarmee we werken
Nieuwe stage, nieuwe lessen, merkt Pamela. Ondanks dat ze met moeite afscheid nam van haar stageperiode bij BuurtMaaltijden, is ze blij om een tweede stage te kunnen doen. Bij het Papiercafé in Hoograven leert ze namelijk weer andere dingen: ‘Ik merk dat we ons soms onbewust niet genoeg verplaatsen in inwoners, en veel meer van inwoners vragen dan op dat moment nódig is voor bijvoorbeeld een administratief proces. Ik kaart dat ook aan bij collega’s van Kwaliteit: we maken processen onnodig ingewikkeld. Als ik als ambtenaar al niet snap hoe het ‘systeem’ werkt, hoe kunnen we dat dan van inwoners verwachten?’
Petra: ‘Ik ben blij dat je dit zegt, want ik weet nog dat Nadja en ik je even moesten aanmoedigen om ook die tweede stage te doen. Het is hier bij BuurtMaaltijden fijn en warm, maar het is waardevol dat je in je tweede stage nu meer meekrijgt over waar mensen ‘aan de achterkant’ soms mee worstelen.’
Pamela: ‘Mijn tweede stage bevestigde nog eens hoe makkelijk mensen terechtkomen op verkeerde paden en omwegen. Ik heb geleerd hoe makkelijk het is om fouten te maken in het systeem. Zoals wanneer iemand vanuit geldtekort een roodstandrekening aan wil vragen — terwijl niemand nog op die behoefte heeft doorgevraagd, of niemand die persoon nog heeft uitgelegd dat die misschien wel z’n kosten kan verlagen via huurtoeslag. Door de workshop over macht van laatst, ben ik me extra bewust dat ik als ambtenaar samen met mijn collega’s aan de knoppen kan draaien. Het is enorm belangrijk om je daar bewust van te zijn: dat mensen soms denken dat jij macht hebt, ook al is dat misschien in werkelijkheid niet zo. Mensen kunnen zich heel afhankelijk voelen van de ambtenaren die besluiten over hen nemen. Dus aan al mijn collega’s: wees je bewust dat je die macht hebt en dat je barmhartigheid daarin welkom is.’
Wat mooi dat je door nieuwe inzichten andere keuzes kunt maken in je werk en het systeem eenvoudiger en menselijker mag maken.
Twee keer zo snel leren
Pamela: ‘Dit programma en deze ervaringen leveren zo veel op voor je vak als ambtenaar en voor de inzichten die je terug meeneemt naar het stadskantoor, naar je collega’s. Ik wist al wie ik was in een spreekkamer, maar nu weet ik ook wie ik ben in een groep. Ik ben echt gegroeid. En natuurlijk kun je denken: dit programma kost heel veel tijd. Maar je kunt ook denken: wat mooi, dat je tot nieuw zelfinzicht mag komen, andere keuzes kan maken in je eigen werk en het systeem wat eenvoudiger en menselijker mag maken.’
Petra: ‘Ik vind het mooi om te zien hoe het programma de hokjes opent die we voor onszelf en elkaar creëren. Tussen al deze culturen leer je twee keer zo snel. Soms doet een vrijwilliger iets dat ik als vervelend ervaar, maar ontdek ik later dat de intentie heel mooi was. En dat ik ervan kan leren. De Nederlandse cultuur is heel individualistisch, maar hier is door onze cultuurverschillen delen en verbinden vanuit je hart de norm.’
Pamela: ‘Ja, als je je hart maar openzet, hè? Dan kom je heel ver. Sinds Bewust Buurten pak ik veel meer rust als ik mensen ontmoet. Eerst: wie ben jij? Zonder veel van mezelf in te brengen. Afwachten en zien wat er gebeurt. Echt waar, deze ervaring gaat je zoveel brengen.’



